zondag 25 november 2012

Gemis

Als de tijd verstrijkt,
de afstand groter wordt,
voelbaarder de pijn van het gemis.
dan is het een troost te weten,
dat God de Vader er altijd voor je is.

Als de tijd verstrijkt,
de afstand groter wordt,
tastbaar de leegte van afwezigheid,
dan is het een troost te weten,
God omgeeft je met Zijn aanwezigheid.

De tijd verstrijkt.
Je geliefde(n),
in herinnering,
steeds verder
bij jou
vandaan.

De tijd verstrijkt.
Maar dichterbij
komt de dag,
dat je samen
voor Hem
zal staan.

Kanaal van liefde

De schoonheid van Gods schepping
in al haar pracht.
Vergezeld met Zijn liefdevolle aanraking.
Een tipje van de sluier opgelicht.
Oog in oog met Zijn wonderbare macht.

Een geschenk van liefde,
van Hem aan jou.
Een verzoek om door te geven.
‘Wees een liefdevol Licht,
getuig van Mijn grote trouw.'

Wees Mijn kanaal van liefde
in een wereld vol haat.
Breng Hoop in vertrouwen,
dat Mijn Liefde werkelijk
boven alles staat.

Mijn kracht, jouw sterkte

Laat Mijn kracht
jouw sterkte zijn,
in de droogte
van de dorre woestijn.

Laat Mijn kracht
jouw sterkte zijn,
te midden van al je zorgen,
angst en pijn.

Laat Mijn kracht
jouw sterkte zijn,
in de diepte
van het donkere ravijn.

Laat Mijn kracht
jouw sterkte zijn,
als je gebroken bent
en klein.

Ik blaas over jou met
de adem van Mijn Geest.
Onthoudt,
geen enkele beproeving
is voor niets geweest.

Volhard in je geloof
en wees niet bevreesd.
Nog een korte tijd,
dan leidt Ik jou
Mijn eeuwige woning in.
Nog een korte tijd;
zie daar naar uit,
het geeft je leven zin.

Herkennen

Maria was overmand door verdriet.
Degene die ze zo liefhad,
was haar ontvallen.
Ze zag,
maar herkende Jezus haar Heiland niet.

Misschien wordt jij geteisterd door ziekte, door pijn.
Nemen zij je dagen in beslag,
leef je van uur naar uur,
zie je Hem,
maar grijp je in wanhoop naar je medicijn.

Of je wordt omringt door vele zorgen.
Zie je op tegen iedere nieuwe dag,
weet je niet hoe je verder moet,
zie je Hem,
maar je gedachten zijn bij de volgende morgen.

Misschien is jouw situatie uitzichtloos.
ben je wanhopig
door alles wat er gebeurt,
zie je Hem,
maar ben je veel te boos.

“Maria”; zei Hij,
“Rabboeni!”; weerklonk haar stem.
Hij noemde haar bij haar naam,
toen herkende zij Hem.

Jezus roept ook jou bij jouw naam.
Hij kent je, Hij weet wie jij bent.
Hij roept ook jou bij jouw naam: “ ……….”
en Hij wacht tot jij Hem herkent.

Dan sluit Hij jou in Zijn armen,
en noemt je naam vol liefde, keer op keer.
Wat je omstandigheden dan ook mogen zijn;
je kunt altijd verder, want Hij gaat met je mee
en Hij zorgt voor jou altijd weer.

In Uw handen

Heer Jezus,
in Uw handen leg ik mijn leven neer.
Al mijn plannen en mijn dromen,
maar ook mijn angsten, zorgen en verdriet.
Mijn vreugde, ja, alles leg ik in Uw handen, Heer.

In Uw handen weet ik mij veilig en geborgen,
wat de toekomst mij ook brengen zal.
Ik weet, U bent er en zal er altijd zijn;
ja, U zal altijd voor mij zorgen.

Uw handen droegen mijn zonden aan het kruis.
Ontvingen de spijkers, die ik had verdiend.
Die handen zijn mij tot kracht en sterkte,
totdat ik kom in het eeuwig Vaderhuis.

Ja, in die handen leg ik mijn leven neer.
Handen, die werden doorboord voor mij.
Handen, die mij in liefde zullen leiden;
ja, in Uw handen, leg ik mijn leven, Heer.

Leer mij, Heer,
van daaruit naar Uw wil te leven,
te doen wat U van mij vraagt.
In gehoorzaamheid en liefde,
net als U, alles te geven.

Maar ik zag toch ...

Heer,
ik zag toch hoe ze U
als een misdadiger veroordeelden?
Ik zag toch het bloed
van de slagen en de doornenkroon?
Ik zag toch hoe ze U
aan het kruishout spijkerden?
Ik zag toch hoe ze U bespotten
en het kruis maakten tot Uw troon?

Heer,
ik zag toch hoe Uw krachten afnamen,
de dood kwam toch als maar dichterbij?
Ik zag toch Uw stervensuur naderen;
het moment, dat U Uw leven gaf?
Ik zag toch hoe U stierf,
dan is het toch voorbij?
Ik zag toch hoe ze Uw lichaam namen
en hoe ze U begroeven in het graf.

Hoe zou ik niet geloven,
dat wat mijn ogen hebben gezien?
Hoe zou ik niet geloven,
dat wat mijn ogen mij hebben verteld?
Hoe zou ik niet geloven,
wat mijn ogen zagen gebeuren?
Hoe zou ik niet geloven,
als ik door deze verschrikking wordt vergezeld?

Is dit werkelijk niet het einde?
Heeft de dood dan niet het laatste woord?
Maakt U werkelijk alles nieuw?
Is er werkelijk hoop, die aan de horizon gloort?


Wat er ook gebeurt, wat je ook ziet.
Wat je ogen je ook vertellen, dat er met Mij is gebeurd.
Dit is niet het einde.
Ik maak alles nieuw.


Hoewel Hij werd gekruisigd,
Zijn handen en voeten doorboord;
hoewel Hij stierf
daar aan het kruis,
toch was dit niet het einde;
de dood heeft niet het laatste woord.

Hoewel er getuigen waren van Zijn dood,
zelfs de officier werd door Pilatus gehoord;
hoewel Hij in het graf werd gelegd,
begraven bij de doden;
toch was dit niet het einde,
God heeft het laatste woord.

Hij sprak op die derde dag;
de overwinning werd een feit.
“Sta op, Mijn Zoon, sta op!
Alles is klaar voor je komst naar huis.
Je werk is gedaan,
de weg tot Mij is bereid.

Jezus ontwaakte,
werd opgewekt uit de dood.
“Zie Mijn handen en voeten,
de wond in Mijn zij,
de littekens vers,
de kleur nog rood.”

“Maria”, zei Hij;
“Rabboeni”, haar antwoord.
Tranen maken plaats
voor diepe en intense vreugde.
Ogen gingen open;
begrepen werd Zijn woord.

Wat er ook gebeurt,
wat je ook ziet.
Wat je ogen je ook vertellen,
dat er met Mij is gebeurd.
Ik maak alles nieuw,
vergeet dat niet!

Voorbij

Het is voorbij.
We dachten dat Hij ons zou redden,
maar zie Hem daar nu eens hangen,
daar, aan dat kruis.
Bespot, gehoond, geslagen.
Veroordeeld tot de dood.
Verloren.

Het is voorbij.
We dachten dat Hij ons zou verlossen,
maar zie hem daar nu eens,
krachteloos, machteloos,
vastgespijkerd aan een kruis.
Dodelijk verwond.
Verslagen.

Het is voorbij.
We dachten dat Hij ons zou bevrijden,
maar zie Hem daar nu eens,
zelfs God heeft Hem verlaten.
Duisternis is alom.
Stervende.
Overwonnen.

Voorbij?

Volbracht

De hand gaat omhoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de hand
van Jezus, mijn Heer.

Mijn leugens en halve waarheden
dringen diep door in Hem
en veroorzaken diepe wonden.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Voor jou, Mijn kind, voor al jouw zonden.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de hand
van Jezus, mijn Heer.

Mijn roddels en ruzies
dringen diep door in Hem
en veroorzaken immense pijnen.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Ik blijf zorgen voor de Mijnen.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de voet
van Jezus, mijn Heer.

Mijn ongeloof, mijn twijfels
dringen diep door in Hem
en veroorzaken een groot en intens verdriet.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Al vergeet jij Mij, Ik vergeet jou niet.”

De hand gaat om hoog,
de hamer komt neer.
De spijker dringt door de voet
van Jezus, mijn Heer.

Mijn trots en hoogmoed
dringen diep door in Hem;
en veroorzaken een grote verwijdering.
Toch weerklinkt zacht een stem:
“Uit liefde voor jou doorsta Ik deze vernedering.”

De hamer wordt weggelegd;
het kruis rechtop gezet.
Het einde komt in zicht.
Nog een noodkreet, een gebed.

De duisternis treed in
en al mijn zonden dalen neer.
Zelfs door Zijn Vader verlaten,
hangt daar, Jezus, mijn Heer.

Dan schreeuwt Hij het uit
met Zijn allerlaatste kracht:
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn Geest;
het is volbracht!

En boven in de hemel heeft Zijn Vader op Hem gewacht.

Uw wil geschiede

In de stilte van de avond.
In de beslotenheid van de tuin.
door de duisternis omgeven,
streed U, Heer Jezus, Uw eenzame strijd.

Angst en droefenis
maakten zich van U meester.
U vroeg Uw discipelen
met U te waken,
maar zij vielen ten prooi
aan hun slaperigheid.

Tot tweemaal toe
deed U een beroep op hen,
maar zij hadden geen idee
van de weg die voor u lag.

Door vermoeidheid overmand
sliepen zij en lieten U alleen.
Er was niemand van hen,
die Uw angst en droefenis zag.

Terwijl zij sliepen
riep U in Uw grote nood
het uit tot Uw Vader.
“Vader, laat dit lijden aan Mij voorbijgaan.
Doch niet zoals Ik wil,
maar zoals Uw wil zal gebeuren.”

Tot tweemaal toe bad U;
bloeddruppels vielen op de grond.
Uw angst, zo ongekend groot.
Uw schreeuw; is er een andere weg?
Maar dit was de enige weg, die U alleen kon gaan;
Uw bloed zou de nieuwe dag voor altijd kleuren.

Als U voor de derde maal
het aangezicht van Uw Vader zoekt,
komt er een engel om U te troosten.
En de Kracht van de Vader daalde op U neer.

Het beslissende uur was gekomen.
Verraad, verloochening, smaad en hoon.
Pijn, dorst, door God verlaten.
als een lam doorstond U, zonder verweer.

De Vader wacht op Mij

Zijn blik gericht voorbij Golgotha.
Zijn ogen gericht op Zijn Vader.
Wetend dat Hij op Hem wacht.
Het uur komt nader.

Zijn blik gericht voorbij het lijden.
Zijn ogen gericht op de Heerlijkheid die wacht.
Verlangend uitziende naar Zijn Vader.
Beseffend; dan is alles volbracht.

Zijn blik gericht voorbij deze wereld.
Zijn ogen gericht op Zijn volbrachte werk.
Voltooid, het werk door God opgedragen.
Dat maakt Hem sterk.

Zijn blik gericht voorbij de haat der mensen.
Zijn ogen gericht op de liefde van Zijn Vader.
Zijn taak volbracht, Zijn Geest kan komen.
Het uur komt nader.

Ween niet om Mij

Verraden met een kus.
Gevangen genomen.
30 zilverstukken als beloning.
Verloochend, geslagen.
Bespot, gehoond.
Een doornen kroning.

Vernederd, vertrapt.
Door de mensheid uitgespuugd.
Veroordeeld tot de dood.
Vastgenageld aan het kruis.
Snakkend naar adem.
Slechts ziende op des mensen nood.

Dan zegt Hij:
‘Moeder, dochters van Jeruzalem,
ween niet om Mij.
Denk toch aan wat Ik eens tegen
jullie zei.
Kijk, en zie aan dit lijden voorbij.’
Huil, ween, maar dan om wat jullie te
wachten staat.
Huil, ween, om wat er nog gebeuren gaat.

Dit, dit is slechts het begin van alle haat,
Maar weet, dat Ik jullie niet alleen achterlaat.
Voor nu lijkt het, alsof de satan wint.
Dat Mijn leven over is voor het echt begint.
Maar Ik, Ik ben het die waarlijk overwint.
Moeder, ween niet, Ik ben jouw, maar bovenal Gods kind.

Is dit Uw wil?

Vroeg jij het je af, Maria:
‘Hoe kan dit Uw wil zijn?’
Onschuldig vermoord,
zoveel pijn.

Vraag jij het je af, ...:
‘Hoe kan dit Uw wil zijn?’
Een God van liefde,
allemaal schijn?

Vroeg jij het je af, Maria;
begreep jij het waarom?
Dacht je dat alles verloren was,
was er droefenis alom?

Vraag jij het je nog af, … ,
of begrijp jij waarom?
Dat niet alles verloren is,
maar dat Hij wederkomt?

Vroeg jij het je af, Maria
of boog je voor God je hoofd,
en bleef je verwachten
wat Hij had beloofd?

Vraag jij het je nog af, … ,
of buig jij je hoofd,
voor deze Redder en Heer,
die door God was beloofd?

Was je erbij, Maria?

Was je erbij, Maria,
toen de soldaten kwamen?
Stond je te kijken,
toen Hij werd verraden met een kus?
Was je erbij, Maria,
toen ze Gods Zoon, jouw Zoon, gevangen namen?

Was je erbij, Maria,
toen de ene na de andere leugen werd verteld?
Stond je te kijken,
naar wat Hem werd aangedaan?
Was je erbij, Maria,
toen het vonnis werd geveld?
Was je erbij, Maria,
liep je op weg naar Golgotha achter Hem aan?
Stond je te kijken,
toen Hij struikelde en niet meer verder kon?
Was je erbij, Maria,
de hele weg, die Hij moest gaan?

Was je erbij, Maria,
toen ze de spijkers in Zijn handen en voeten sloegen?
Stond je te kijken,
toen het kruis rechtop werd gezet?
Was je erbij, Maria,
toen ze Zijn kleding wegdroegen?

Terugblik

Gingen je gedachten terug, Maria,
naar vroeger toen Hij nog klein was?
Gingen je gedachten terug,
naar Zijn babytijd?
Voelde je weer even
hoe blij en gelukkig je toen was,
terwijl je nu alleen ziet
hoeveel Hij lijdt?

Gingen je gedachten terug, Maria,
naar alles wat Hij heeft gedaan?
Naar hoeveel Hij niet heeft betekend
voor iedereen?
Zag je weer even al die blijde gezichten,
door al die wonderen die Hij deed,
terwijl je nu alleen nog maar
om Hem weent.
Was je boos, Maria,
om hoe ze Hem daarvoor betaalden?
Was je boos
om al die onrechtvaardigheid?
Was je boos
om al die onrechtvaardig lijden?
Was je boos
om al deze oneerlijkheid?

Mijn bevrijder

Het net was gespannen.
Zachtjes trok de vijand het aan.
De nood van mijn ziel werd groter.
Kleiner en kleiner werd de ruimte om te gaan

Maar U, Heer, zag mijn ellende,
U zag en kende mijn zielenood.
U gaf mijn voeten weer ruimte.
U liet niet toe, dat de vijand mij omsloot.

Zo zal ik mij over U verblijden.
Juichen over Uw grote trouw.
Met een dankbaar hart belijd ik:
U bent de God waarop ik bouw.
Op U, Heer, is mijn vertrouwen,
in U heel mijn levenslot.
U bent mijn Bevrijder.
Ja, ik erken:
U bent mijn God.

Naar: Psalm 31:8,9, 15, 16

Zet mij vrij

Abba - Vader,
mijn hart is bezwaard.
Golven van emoties overspoelen mij.
Boosheid, pijn, verdriet.
O, Abba - Vader, zet mij vrij!

Abba - Vader,
het stormt in mijn hart.
De golven slaan hoog over mij.
machteloos ben ik opzoek naar houvast.
O, Abba - Vader, zet mij vrij.

Abba - Vader,
spreek Uw woord,
stil de storm in mij.
Kom met Uw kracht,
til mij op, zet mij vrij.

Laat mijn tranen Uw hart beroeren

Mijn tranen blijven stromen,
ik zal niet ophouden met huilen
totdat de Heer uit de hemel omlaag kijkt,
totdat Hij mij ziet.

Klaagliederen 3:49,50



Laat mijn tranen Uw hart beroeren.
Zie mij in genade aan.
Laat mijn tranen U ontroeren,
wees, o Heer, met mij begaan.

Laat mijn tranen Uw hart beroeren.
Zie op mij in Uw grote liefde neer.
Laat mijn tranen U ontroeren
beslecht ook deze strijd voor mij, o Heer.

Laat mij tranen Uw hart beroeren.
Verkort de tijd van deze strijd.
Laat mijn tranen U ontroeren.
Zie toch, Heer, hoeveel Uw kind lijdt.

Laat mijn tranen Uw hart beroeren.
hoor mijn in wanhoop gebeden gebed.
Laat mijn tranen U ontroeren
zodat redding in beweging wordt gezet.

Laat mijn tranen Uw hart beroeren,
maar ik buig mijn hoofd voor Uw wil.
Laat mijn tranen Uw hart ontroeren,
en ik wacht, rustig en stil.

Op de rots

Ik klim op de rots om heel dicht bij U te zijn,
want mijn hart wordt overmand door zorgen, verdriet en pijn.
Ik klim op de rots om in Uw aanwezigheid te komen,
want mijn tranen blijven maar stromen en stromen.

Ik klim op de rots om Uw troost te ervaren,
breng U toch de storm in mij tot bedaren.
Ik klim op de rots en zoek bij U verlichting voor mijn bezwaarde hart,
dat verteerd wordt door machteloze boosheid en smart.

Ik klim op de rots en leg daar alles voor U neer.
Mijn pijn, mijn zorgen,
mijn tranen, mijn verdriet,
mijn boosheid en mijn smart.

Ik klim op de rots, ik wil het van U blijven verwachten, Heer!
Want bij U ben ik immers altijd veilig en geborgen;
U bent het toch, die mij altijd ziet;
hoort, verhoort, heelt mijn gebroken hart.

Ik klim op de rots en zoek Uw aangezicht
en ik ervaar, in Uw nabijheid wordt mijn hart verlicht.
Ik klim op de rots en koester mij in Uw aanwezigheid.
Langzaam laat ik los; U volvoert Uw plan en strijdt.

Smeekbede

Als leven niet meer vanzelfsprekend is.
Als je wereld op z'n kop wordt gezet.
Wat is het dan goed om te weten,
dat je door Christus bent gered.

Als de toekomst heel onzeker is.
Als je niet meer verder durft te kijken dan vandaag.
Wat is het dan goed om te weten,
dat Jezus zegt: "Weet, dat Ik je draag."

Als alles buiten jou kunnen is.
Als je in alles alleen van Hem afhankelijk bent.
Wat is het dan goed om te weten,
dat Hij je bij name kent.
Als ...

En zo, Genadige Vader,
kniel ik vol vertrouwen neer voor Uw troon.
Uw woord zegt mij immers,
dat ik vrijmoedig mag naderen
door het volbrachte werk van Uw Zoon.

Ik kniel neer; verwachtend,
om op het juiste moment Uw hulp te ontvangen.
Want U bent een barmhartig en genadig God;
zo wacht ik op Uw hulp,
met een hart vol van verlangen.

Hoor en verhoor mijn gebed.
Neem mijn smeking in genade aan.
Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede;
want ik wil Uw weg
in gehoorzaamheid gaan.

Heer,
mijn God en Vader,
ik bid U zo voor ... (vul hier zelf een naam in)
Leg Uw genezende hand op hem/haar.
Breng herstel en genezing.
Laat alles zijn en worden tot eer en glorie
van Uw heilige Naam.

- Amen -

Stille verwondering

In stille verwondering
aanschouw ik
de luister van de hemel
en probeer mij voor te stellen,
dat de stem van kinderen,
ja, van de allerkleinsten,
genoeg is om Uw vijanden
het zwijgen op te leggen.

In stille verwondering
aanschouw ik
Het Werk van Uw handen,
alles wat U hebt gemaakt.
De zon, de maan, de sterren,
alles wat door Uw hand is geschapen,
aan de hemel is vastgezet;
Heere, wat zou ik nog kunnen zeggen?

In stille verwondering
aanschouw ik dit alles
en vraag mij af:
'Wie ben ik toch als mens,
dat U zo aan mij denkt;
dat U zo omziet naar mij;
mij zo'n grote plaats in Uw schepping geeft
en mij bekleed hebt met zoveel pracht?'

In stille verwondering
aanschouw ik alles
wat U hebt gemaakt.
Over alles wat leeft,
heeft U mij verantwoording gegeven;
in het water, de lucht en op het land.
In stille verwondering, Heere,
ben ik getuige van Uw grote macht.

Naar: Psalm 8

Nog is er tijd

Zoek je toevlucht bij de Heer;
nu laat Hij Zich vinden.
Roep Zijn hulp in;
nu is Hij dichtbij.
Geef je boze plannen op,
breek met je slechte leven,
keer terug bij de Heer, onze God.
Dan zal Hij Zich over je ontfermen,
want hij vergeeft ruimschoots.

Jesaja 55:6,7



Nog laat God Zich vinden,
nog is Hij dichtbij.
Nog is er vergeving,
nog maakt Hij vrij.
Nog is er tijd!
Nog is er tijd!

Gods woord weerklinkt:
"Breek met je zondige leven;
geef op al je boze plannen,
laat Mij je toch vergeven!"
Nog is er tijd!
Nog is er tijd!

Nog is er tijd!
Keer je tot God de Heer.
Hij wilt Zich over jou ontfermen;
Hij ziet in liefde op je neer.
Nog is er tijd!
Nog is er tijd!

Nog is er tijd
voor een hart vol berouw.
Nog is er ruimschoots vergeving.
Nog is er tijd voor een keus van jou.
Nog is er tijd!
Nog is er tijd!

Nog is er tijd!
Hoor de roep
van een liefdevolle God.
Nog is er tijd;
wacht niet tot ...
Nog is er tijd!
Nog is er tijd!

Als je door het duister moet gaan

Vereren jullie de Heer?
Luisteren jullie naar Zijn dienaar?
Ik zeg jullie:
'Vertrouw ook op de Heer,
steun ook op je God
als je door het duister moet gaan,
als geen lichtstraal tot je doordringt.'

Jesaja 50:10



Als al het licht is verdwenen,
het duister je omringt;
als ieder licht is gedoofd,
alleen slechts stilte weerklinkt;
blijf ook dan
vertrouwen op Jezus je Heer.
Hij blijft voor je zorgen
ook al zie jij Hem niet meer.
Als je ronddoolt als een verdwaalde,
alles je tot wanhoop dwingt;
als ieder zicht je is ontnomen,
er geen vogel meer zingt;
blijf ook dan
je steun zoeken bij God je Vader.
Strek je uit naar Hem,
Hij komt nader.

Houdt vast!
aan het woord door Hem gesproken;
laat het je anker zijn,
tot de morgen weer is aangebroken.

Houdt vast!
aan de beloften die hij heeft gegeven;
ze brengen hoop en bemoediging,
het licht terug in je leven.

Houdt vast!
aan Zijn grote liefde en trouw;
je behoort Hem toe,
Hij gaf Zijn leven voor jou.

Houdt vast!
ook nu in de donkere nacht.
Hij is dicht bij je
en houdt de wacht.

In de armen van Jezus

Kruip maar weg in de armen van Jezus.
Schuil maar in de holte van Zijn arm.
Laat Hem je toevlucht zijn.
Hij zal je troosten
en wegvegen al je tranen,
al je verdriet, al je pijn.

Kruip maar weg in de armen van Jezus.
Schuil maar in de holte van Zijn arm.
Laat Hem je Rots van Sterkte wezen.
Hij zal je kracht geven,
ieder moeilijk moment;
je hoeft niet te vrezen.

Kruip maar weg in de armen van Jezus.
Schuil maar in de holte van Zijn arm.
Laat Hem tot een Schild van Bescherming zijn.
Hij zal over je waken,
dat je niet ten onder gaat
in al je verdriet en pijn.

Als klei

Lieve Vader,
ook het komende jaar
wil ik zijn
als zacht, kneedbaar klei
in Uw handen.

Kneed mij, Vader,
en vorm mij ook dit jaar
meer en meer
naar Uw beeld.
en verbreek
verkeerde banden.

Vader,
hier ben ik
met een verlangend hart
om Uw wil te doen.
'k Geef U opnieuw
mijn leven, Heer.

Ik weet,
in Uw handen
is het altijd
veilig en geborgen.
U wilt mij vormen en kneden
naar uw beeld,
ook dit jaar,
meer en meer.

Hier ben ik, Heer.

Tot bemoediging

Hoor Zijn zachte stem die spreekt:
Ik hou van jou!
Hoor de bewogenheid in de woorden
van troost en bemoediging voor jou.
Hoor de goedheid van Zijn Wezen doorklinken
in de plannen van vrede die Hij heeft voor jou.

Voel de warmte van Zijn armen;
Hij slaat ze beschermend heen om jou.
Voel de vrede te midden van het stormgeweld;
Hij wil zijn, als het oog van de storm, voor jou.
Voel de adem van Zijn Geest;
Hij blaast nieuw, krachtig leven in jou.

Zie toch de liefde in Zijn ogen
als de gesel neerkomt op Zijn rug, voor jou!
Zie toch de liefde in Zijn ogen
als de spijkers gaan door Zijn handen en voeten, voor jou!
Zie toch de liefde in Zijn ogen
als Hij vraagt om vergeving, voor jou!
Zie toch de liefde in Zijn Wezen
als Hij sterft, voor jou.

Zie de kracht die vrijkomt
door Zijn opstanding, voor jou!
Voel de kracht die vrijkomt
door Zijn opstanding, voor jou!
Hoor de kracht die vrijkomt
door Zijn opstanding, voor jou!
Ga staan en ga voort in de kracht
die vrijkomt door Zijn opstanding, voor jou.

- Amen -

Aan de overzijde

Aan de overzijde van dit leven,
aan de andere kant van mijn bestaan,
wacht mijn Heer en Heiland;
daarvan kan ik op aan.

Hij heeft daar voor mij,
dan een woning voorbereid.
Bij Hem mag ik dan voor eeuwig wonen,
bij Hem, straks, op Zijn tijd.

Mijn bescherming

Heere, mijn God,
bij U zoek ik mijn bescherming.
Ik wordt belaagd; red mijn leven.
Ik hoop op Uw bevrijding.

Heere, mijn God,
grijp in, daag hen voor het gerecht..
U bent immers Rechter van een ieder;
Heere, mijn God, doe mij recht!

Heere, mijn God,
ik weet dat U rechtvaardig bent
en zelfs de diepste roerselen
van de mens kent.

Heere, mijn God,
U bent mijn schild, mijn bescherming.
Aan wie oprecht zijn,
brengt U bevrijding.

Heere, mijn God,
Uw Naam zal ik loven en eren.
U Prijzen om Uw gerechtigheid.
U komt de lof toe, o Heer der Heeren.

Naar: psalm 7

Voor jou

Heer Jezus,
voor hen die alleen zijn
bid ik:
dat ze Uw Aanwezigheid opmerken,
opdat het hun hart zal versterken.

Voor hen die eenzaam zijn
bid ik:
dat ze Uw Aanwezigheid ervaren,
opdat het duister in hun leven op zal klaren.

Voor hen die verstoten zijn
bid ik:
dat ze Uw Aanwezigheid zullen omarmen,
opdat het hen als persoon zal verwarmen.

Voor hen die vergeten zijn
bid ik:
dat ze Uw Aanwezigheid zullen zoeken,
opdat ze komen bij Het Kind in doeken.

Voor hen die moedeloos en murw geslagen zijn
bid ik:
dat ze Uw Aanwezigheid zien in dit Kind,
opdat ze daardoor zullen voelen hoe zeer U hen bemint.

Voor hen die levensmoe zijn
bid ik:
dat zij door Uw Aanwezigheid in dit Kind naar U zullen verlangen
en door het volbrachte werk van Uw Zoon
nieuwe levenskracht ontvangen.
Dit bid ik in Jezus' Naam.

- Amen -

Halleluja

Halleluja, Jezus is geboren.
Hij kwam naar deze wereld
voor u en mij.
En iedereen moet het horen;
Hij maakt ons waarlijk vrij !
Zijn handen werden voor ons doorboord,
'Het is volbracht!'
Zijn laatste woord.

Onder Gods hoede ben je veilig

Heer, ik verblijf in Uw nabijheid,
bij U zoek ik mijn bescherming.
Op U vertrouw ik;
U bent mijn schuilplaats en mijn vesting.

Bedek mij met Uw vleugels;
onder Uw hoede zal ik veilig zijn.
Uw trouw is een schild, een pantser;
ik hoef niet te vrezen.
U bent mij een schuilplaats;
U, de Allerhoogste, zal mijn onderdak zijn.

U zend Uw engelen,
zij zullen over mij waken
waar ik ook ga.
Zij zullen mij op hun handen dragen;
aan geen steen zal ik mij stoten
waar ik ook ga of sta.

Als ik roep tot U om hulp;
dan antwoord U mij.
Als ik in het nauw zit;
dan sta U mij bij.
U zult mij bevrijden
en herstellen in eer.
Een lang leven zult U mij schenken;
Ja, U maakt mij gelukkig, Heer.

Naar: Psalm 91

Alleen jouw hart

In gedachten
sta ik stilletjes bij de kribbe,
in de diep, donkere nacht.
Daar ligt de Grote Koning,
‘De Beloofde’,
lang verwacht.

Een geschenk,
iets moois zou ik moeten geven,
maar niets heb ik meegebracht.
Mijn handen zijn leeg
en tranen druppen
langzaam en zacht.

Als ik nu maar zingen kon,
heel mooi, op de juiste toon;
dan zou ik U een loflied zingen,
jubelen, ter ere van de nieuwgeboren Zoon.

Als ik nu maar een instrument had,
en als geen ander spelen kon;
dan zou ik voor U spelen
en stralen als de zon.

Als ik nu maar creatief was,
dan had ik iets heel moois voor U gemaakt;
Maar nu, nu voelt het
alsof ik alles heb verzaakt.

Als ik maar heel rijk was,
dan had ik net zolang gezocht,
tot ik het mooiste had gevonden
en dat had ik dan gekocht.

Als ik nu maar, als ik, als ….
zacht snikkend kniel ik bij de kribbe neer
en beken tot mijn grootst verdriet,
ik heb u niets te geven, Heer.

Het beeld
van de kribbe vervaagd
en wordt ingenomen door een man van smart.
Doorboorde handen,
een doornenkroon,
een stem weerklinkt:
‘Ik verlang alleen naar jouw hart.’

Maak mijn hart bereid

Heer,
maak mijn hart bereid
Uw stem te horen,
Uw wil te verstaan,
Uw leiding aanvaarden,
voor nu en altijd.

Heer,
maak mijn hart bereid
U te volgen,
Uw wil te doen.
Laat het volkomen
aan U zijn toegewijd.

Heer,
maak mijn hart bereid
U oprecht te dienen,
nederig te zijn.
Als Jezus te leven
in Uw tegenwoordigheid.

Heer,
maak mijn hart bereid
U steeds te loven,
U steeds te eren.
in het besef
hoe groot Gij zijt.

Speciaal voor jou

Voor hen die gebukt gaan onder afwijzing,
daardoor niet meer verder kunnen
of stuk dreigen te gaan.


Mijn Geliefde Dochter,
als geen ander ken Ik
jouw pijn, jouw verdriet.
Als geen ander ken Ik de diepte
van de wonden die zijn geslagen.
Als geen ander weet Ik hoe het voelt
als men zegt: “IK MOET JOU NIET!”
Als geen ander heb Ik de volheid
van afwijzing over Mij heen gekregen,
en … gedragen.

Mijn hart huilt om jou;
wiens dromen en plannen
door toedoen van mensen zijn stukgegaan.
Mijn hart huilt om jou;
wiens leven verwoest lijkt
door wat mensen je hebben aangedaan.
Mijn hart huilt om jou;
die door dit alles gebroken is
en geen kracht meer heeft om op te staan.

Zie, hoe Mijn tranen zich vermengen
met het bloed van Mijn Zoon.
Zie, hoe het vloeide aan het kruis
te midden van het gehoon.
Zie, hoe het voorhangsel van de tempel scheurde
en de toegang vrij werd tot Mijn troon.

Kom, en vind genezing
voor jouw verwonde ziel, je verwonde hart.
Kom, en laat Mij je helen
van al je diepe en intense smart.
Kom, en laat Mijn liefde jou doorstromen
en wegspoelen alles wat jou tegenhoudt en tart.

Laat Mijn liefde je oprichten,
je vertellen hoe kostbaar je bent
en geliefd.
Laat Mijn liefde jouw tranen drogen,
de wonden helen die jouw hadden
doorkliefd.
Laat Mijn liefde
je als een roos doen openbloeien
en je tot je voorbestemde volheid
uit doen groeien.

In ere herstelt

Beschadigd was ik,
ja, verwond
tot in het diepst
van mijn ziel.

Geknakt,
ja, bijna gebroken
toen ik van uitputting
op mijn knieën viel.

Onwaardig,
ja, onrein,
door mensen veracht,
door mensen verstoten.
Onzeker,
ja, minderwaardig,
de deur van mijn hart
lijkt gesloten.

Hoop,
ja, nog een sprankje,
als ik hoor
van Jezus, de Zoon van God.

Geloof,
ja, ik geloof dat Hij
een keer kan brengen
in mijn levenslot.

Aanraken,
ja, slechts
de zoom van
Zijn kleed.

Drinken,
ja, gulzig,
van wat Levend Water
heet.

Dan weerklinkt een stem:

Mijn Dochter,
Sta op,
je geloof
heeft je gered.

Mijn Dochter,
het drinken
van het Levend Water
heeft je terug
op je voeten gezet.

Mijn Dochter,
Ik heb jou
IN ERE hersteld.

Veilig en geborgen

Heer,
dank U, voor deze nieuwe dag.
Dank U,
dat ik opnieuw
heel dicht bij U komen mag.

U bent de Rots
waar op ik bouw.
Mijn toevlucht in gevaar.
U bent de Bron van mijn bestaan
en waar heen mijn weg ook leidt,
Ik weet,
U bent altijd daar.

U hebt mij lief,
U houdt mij staande.
U beschermt mij elk moment.
En hoe mijn weg ook gaat,
ik weet,
dat U heel dicht bij mij bent.

Dank U, voor deze nieuwe dag
en dat ik hem in Uw handen leggen mag.
U zult altijd voor mij zorgen;
in Uw handen weet ik mij veilig en geborgen.

Blijf staande

Blijf staande,
want Ik hoor je roepen,
Ik zie je zuchten;
overdag, maar ook in de nacht.

Blijf staande,
want ik zie je al in de morgen,
Ik hoor alles wat je Me zegt,
en hoe je op antwoord wacht.

Blijf staande,
want Ik zegen jou
als je je richt tot Mij,
en vol liefde bescherm Ik jou.

Blijf staande,
want Ik ben je schild,
Ik zal je altijd beschermen,
omdat Ik van je hou.

Naar: Psalm 5

De Heer stelt mijn leven veilig

Heer,
U bent De God,
die antwoord
als ik roep.
U bent het,
die mijn ruimte geeft
en aan mij recht doet.

Die luistert
naar mijn bidden
en medelijden
met mij heeft.
Die wonderen doet
als ik naar
Uw woorden leeft.
In de stilte
van de nacht
onderzoek ik mijn hart
en word stil.
Heer, ik hou van U,
en wil alleen leven
naar Uw wil.

Op U
wil ik vertrouwen.
Op U
Kan ik mijn leven bouwen.
Bij U
vind ik vreugde
en geborgenheid.

In Uw vrede
kan ik rustig slapen,
want U geeft mij
rust en veiligheid.

Naar: Psalm 4

U alleen kunt helpen

U, Heer,
U bent als een schild
voor mij.
Ik kan mijn hoofd opgericht houden,
want U,
U gaat aan mijn zij.

U, Heer,
op mijn hulpgeroep
antwoord U.
Ik kan gaan slapen en weer ontwaken,
want
onder Uw hoede verkeer ik nu.

Naar: Psalm 3

Uw woord

Heer,
ik vind vreugde in Uw woorden
en overdenk ze
bij dag en bij nacht.
En hoewel ik niet altijd begrijp
wat Uw woord wil zeggen,
weet ik, dat ik alles
terug in Uw hand mag leggen.
U zult mij leiden en brengen
bij de plaats waar Uw antwoord wacht.

Naar: Psalm 1:2,3

Schoonheid

De schoonheid van God
weerspiegelt
in de schoonheid van de vrouw.

Waar de man weerspiegelt
de kracht van God,
weerspiegelt de vrouw
Zijn schoonheid.

Waar de schoonheid van de vrouw
weerspiegeld wordt,
weerspiegelt haar hart
de Bron waaruit zij put.

Waar de Bron waaruit zij put
weerspiegeld wordt,
weerspiegelt haar persoon
het karakter van God.

Waar het karakter van God
weerspiegeld wordt,
wordt Zijn schoonheid
weerspiegelt in de vrouw.

Waar de vrouw
Gods schoonheid weerspiegelt,
wordt zichtbaar
wie Hij is en wil zijn.


Bewaak daarom boven alles je eigen hart,
want daarin ligt de Bron van het Leven.
Spreuken 4:23

Een ladder naar de hemel

In mijn droom zie ik een ladder
die reikt van de aarde tot de hemel.
Engelen klimmen op en neer.
Zij dragen mijn offer van lofprijs
tot aan de troon van mijn Heer.


Golven van angst gaan door mij heen,
als om mij heen geweerschoten klinken.
Toch reikt mijn hand naar boven
om uit de stroom van levend water te drinken.

Golven van verdriet gaan door mij heen,
om het verlies van mijn geliefde kind.
Mijn kussen is doorweekt van tranen,
maar ik weet dat ik mijn kostbare parel
in Uw hand wedervind.

Golven van depressie gaan door mij heen,
ontnemen mij het zicht op het leven.
Toch klem ik mij in al mijn wanhoop vast
aan Hem, die Zijn leven voor mij heeft gegeven.

Golven van pijn gaan door mij heen.
Zwaar is het einde van mijn levensstrijd.
Mijn lichaam schreeuwt om levensadem,
maar ik dank Hem om Zijn aanwezigheid.


In mijn droom zie ik de ladder
die reikt van de aarde tot de hemel.
Engelen klimmen op en neer.
Zij dragen mijn offer van lofprijs,
tot aan de troon van mijn Heer.

In moeilijke dagen

Soms Here,
dan weet ik het niet meer.
Dan word ik overstelpt door zorgen
en bijkomende vragen.
Dan lijkt het alsof alles
zich tegen mij keert
en dat ik meer krijg
dan ik kan dragen.

Onder de zware lasten
buigt mijn rug door.
Mijn hoofd is gebogen,
en triest staar ik naar beneden.
Ik ervaar mijn lasten
alsof U mij niet meer hoort;
alsof alles zinloos is
waarvoor ik heb gebeden.

Opeens, als uit het niets
hoor ik een stem weerklinken.
“Niet Mijn wil,
maar Uw wil geschiede, Vader.”
Dan is ’t alsof ik in de kerk sta
en uit de ‘beker’ wil drinken.
Mijn blik valt op het kruis
en langzaam kom ik nader.

Ik kniel neer
met de ‘beker’ nog in mijn hand
en ik buig mijn hoofd
voor Hem, die alles weet.
Voor mij, voor mij,
hield Hij daar stand;
voor mij verdroeg Hij
al dat leed.

Ik zet de beker aan mijn lippen
en drink van ‘Zijn vergoten bloed’.
Even ervaar ik ‘iets’
van Zijn intense lijden,
terwijl de storm
in mijn binnenste woedt.
Dan zet ik de beker neer
en staak mijn strijden.

Ik kom overeind
en leg mijn handen om het kruis.
Zijn kracht doorstroomt mij,
al kreeg ik mijn antwoorden niet.
Mijn hand ligt in de Zijne
terwijl ik verder onderweg ga naar ‘huis’.
Opnieuw heb ik ervaren:
God heeft oog voor mijn verdriet.

Dan spreek ook ik
heel zachtjes Zijn woorden na:
“Vader, Uw wil geschiede,
niet de mijne.”
En terwijl ik zo op weg ga
weet ik het weer,
mijn lasten zijn ook de Zijne.

Mijn zorgen zijn niet weg,
noch mijn vragen.
Maar mijn rug
buigt niet langer door;
ik hoef mijn lasten immers
niet alleen te dragen.
Jezus zal mij helpen,
ook daar kwam Hij voor.

Mijn hoofd
is niet meer terneer gebogen.
Ik kijk omhoog
en verwacht het al van Hem.
Zijn Naam wil ik verhogen,
want Hij luisterde
en hoorde de roep
van mijn gebroken stem.


Lief en dierbaar

Heer,
hoe lief en dierbaar
zijn mij Uw woorden.
Want U spreekt tot mij
in ieder neergeschreven woord.

Soms,
honger en dorst ik,
hunker ik naar
Uw dierbare stem,
nog voor de ochtend gloort.

Soms,
keer ik mij af,
wil ik niet horen,
omdat er iets is,
dat onze verbinding verstoort.

Toch,
weet U steeds opnieuw
mijn hart ontvankelijk te maken
voor Uw waarheid,
zodat mijn hart niet ontspoort.

Heer,
Uw woorden zijn voor eeuwig.
breng U ze in mijn gedachten.
Want,
wijsheid en inzicht, hoop en leven,
is wat Uw woord verwoord.

Als je ...

Als je door wat mensen zeggen
ga twijfelen aan wie je bent,
grijp dan naar Gods woord
en ontdek weer wie je bent.

Als je door wat mensen zeggen
minderwaardig denkt te zijn,
ontdekt dan in Gods woord;
je maakt Hem en jezelf te klein.

Als je door wat mensen zeggen
bang wordt om verder te gaan,
Klem je dan vast aan Zijn woord
en ga op Zijn beloften staan.

Als je je door wat mensen zeggen
steeds opnieuw laat leiden,
ga je ten onder in ellende
in plaats van dat je ontdekt in Gods woord,
dat Hij voor jou wilt strijden

Laat je daarom leiden
door het door God gegeven woord.
Ontdekt daarin de liefde en de kracht
en vertel het voort.

Lijden en vertroosting

Gelukkig zij die verdriet hebben: God zal hen troosten.
Mattheüs 5:4

Dank aan God, de vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die keer op keer barmhartig is, de God die in elke omstandigheid troost.
Hij troost ons in alle moeilijkheden en stelt ons zo in staat anderen in al hun moeilijkheden te troosten met de troost die wij van Hem ontvangen.
2 Korinthe 1:3,4

Nadat de Heer tot Job gesproken had, richtte Hij Zich tot Elifaz:
‘Ik ben woedend op jou en je twee vrienden;
jullie hebben Mij geen recht gedaan zoals Job.
Haal daarom zeven jonge stieren en zeven rammen en breng ze naar Mijn dienaar Job;draag ze op als offer voor jullie zelf, terwijl Job voor jullie zal bidden.
Dan zal Ik hem terwille zijn en jullie niet voor je dwaasheid straffen,
hoewel jullie Mij geen recht hebben gedaan.’
Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma deden wat de Heer had gezegd en de Heer was Job terwille.
Nadat Job voor zijn vrienden had gebeden, gaf de Heer aan Job heel zijn bezit terug;
Hij verdubbelde het zelfs.
……. En de Heer zegende Job nu nog meer dan vroeger.
Job 42:7 - 12a

Lieve Vader,
ik ben vaak helemaal niet zo gelukkig,
als mijn weg geplaveid is met verdriet.
En lijden, in welke vorm dan ook,
ach Vader, dat heb ik immers liever niet.
Toch zegt U: “Gelukkig zijn zij,
want zij zullen getroost worden door Mij.”

Lieve Vader,
Paulus dankt U voor Uw grote barmhartigheid,
die U betoont, keer op keer.
Maar Vader,
vaak wil ik U helemaal niet danken
want het lijden, het verdriet; het doet zo zeer.
Toch klem ik mij vast aan dit woord:
“ Troost van U in elke omstandigheid ”.
Dan kniel ik toch maar neer en dank U, net als Paulus,
voor Uw grote barmhartigheid.

Lieve Vader,
ik weet, U wilt graag dat ik anderen troost
zoals U mij troostte in al mijn moeilijkheden.
Maar Vader, ik vind dat soms zo moeilijk,
want, waar waren zij, toen ik zo heb geleden?
Ja, ik weet, U was daar en troostte mij,
maar wat had ik soms graag een mens aan mijn zij.

Lieve Vader,
het was soms net als met de vrienden van Job;
in plaats van troost, beschuldigden ze mij
en zo, Vader, werd mijn leed en mijn verdriet groter,
alsof het nog niet genoeg was; dit kon er ook wel bij.
Weg was de balans tussen troost en leed.
Vergeten was ik, dat U voor mij streed.

Lieve Vader,
U werd boos op de vrienden van Job,
want, in wezen hadden zij U onrecht aangedaan.
U, Vader, liet Job voor hen offeren en bidden,
anders konden zijn vrienden niet meer voor U staan.
Dit betekende ook, dat Job hen moest vergeven;
daarna ontving hij uit Uw hand, een nieuw leven.

Lieve Vader,
Zo wil ook ik vergeven en anderen troosten
zoals U mij troostte in elke moeilijkheid.
Laat mij hiervan leren, zodat ik zal leven,
een leven vol van troost en van barmhartigheid.
Laat mij zijn voor anderen tot troost en bemoediging,
Totdat hun hart, door troost, van vreugde zingt.

Lieve Vader,
nu kan ik gelukkig zijn, ondanks al het verdriet,
want Uzelf zal mij altijd met troost omgeven.
Ik wil U danken voor Uw grote barmhartigheid,
die U mij schenkt in heel mijn leven.
Mijn Vader, U komt toe alle dank, lof en eer,
Dat mijn leven Uw Glorie vermeerdere, keer op keer.

Niet begrijpen, maar toch ...

Heer,
ik begrijp het niet,
maar ik geloof
dat U alles in Uw hand heeft.
Dat niets buiten U om gebeurt.
Nog geen haar valt immers van mijn hoofd
zonder dat U daarvan weet.

Heer,
ik begrijp het niet,
maar ik vertrouw
op Uw onfeilbaar woord,
waarin U zegt, dat U mij helpen zult,
naast mij gaat, dwars door rivieren heen,
dus ook bij mij bent, in al mijn leed.

Heer,
ik begrijp het niet,
maar ik hou van U
en ik weet, U hield eerst van mij.
U zorgt voor mij, iedere dag.
Ik weet, lieve Vader,
dat U mij nooit vergeet.

Wanhoop

Heer,
mijn hart voelt verwrongen,
uit elkaar gescheurd, gereten.
Mijn ademhaling stokt,
het voelt alsof ik stik,
bent U mij soms vergeten?

Heer,
ik ben zo moe, zo vreselijk moe.
Mijn benen dragen mij niet meer,
de last dwingt mij op de grond,
o ja, Heer, ik kan alleen maar naar U toe.

Heer,
ik spreid zo alles voor U uit.
Al mijn zorgen, al mijn lasten, al mijn verdriet.
Opnieuw leg ik alles voor U neer,
wil het van U verwachten,
ook al begrijp ik het niet.

Heer,
neem U mij toch aan Uw hand
en leidt mij door alles heen.
Wees mijn Rots en mijn Toevlucht,
mijn bron van leven en kracht.
mijn Trooster, als ik ween.

Heer,
U bent mijn God.
Almachtig en Soeverein.
Dank U, dat ik weten mag
dat U in alles
mijn Helper zal zijn.

Van neerslachtigheid tot lofprijs

Er zijn soms van die dagen
waarop neerslachtigheid
zich van mij meester maakt
en alleen duisternis
mij lijkt te omringen.

Een kleinigheid maakt dat ik
uit mijn evenwicht raakt
en het lijkt
alsof er alleen maar zorgen
en problemen zijn.

Dan laat God mijn oog
vallen op een woord,
dat mij weer laat zien
het doel
van mijn bestaan.

Hij verlangt ernaar
dat ik zal leven tot Zijn eer,
Hem groot zal maken
en Hij belooft daarin
steeds met mij mee te gaan.

Ik weet, de boze schept vreugde
in het kwellen van mensen,
het hen moeilijk te maken,
ze te sarren met veel moeite,
verdriet en pijn.

Maar nu, vandaag, kies ik ervoor
mijn neerslachtigheid
van mij af te werpen,
Zijn grootheid te zien
en daarvan te zingen.

Heer,
U wil ik prijzen.
Uw grote Naam verhogen.
Zingen van Uw liefde en trouw.
Zingen van Uw grote mededogen.
Dat zo mijn loflied tot Uw troon zal rijzen.

Heer,
U wil ik loven.
Van Uw grootheid zingen.
Vertellen hoeveel U van ons houdt.
Hoe U ons steeds opnieuw zal omringen
en hoe U wacht, op een ieder van ons, daarboven.

Heer,
U wil ik danken.
Voor alles wat U gaf aan mij.
Voor alles wat U voor mij hebt gedaan.
Ik kan alleen maar zingen: Hoe groot zijt Gij.
Ja, mijn lied zal weerklinken met vreugdevolle klanken.

Ja, Heer, ik wil U prijzen, U loven en danken.

- Amen –

woensdag 21 november 2012

Was ik het, Heer?

Was ik het, Heer,
die U plukte
als een roos
en weggooide
alsof U geen waarde had ?

Was ik het, Heer,
die U loochende,
deed alsof ik U niet kende
en wegliep
alsof U niets voor mij betekende ?

Was ik het, Heer,
die zorgde voor de geselslagen
op Uw rug,
de doornenkroon,
terwijl U voor mij bad ?

Was ik het, Heer,
die de spijkers sloeg
in Uw handen en voeten
en U daarmee
aan het vloekhout ketende ?

Was ik het, Heer,
was ik het,
die U,
die enkel liefde toonde
en gaf,
liet sterven
en opdraaien
voor de
door mij verdiende
straf ?

Was ik het, Heer,
was ik het ?

Ja, ik was het en Hij vergaf.
Juist daarom,
droeg Hij voor mij
die straf.
En wat Hij
daar deed voor mij,
deed Hij ook voor jou,
omdat Hij zoveel
van je hou.

zondag 18 november 2012

U zoeken

In de stilte van de avond
zoek ik U op
door mijn hart te richten
op Uw stille aanwezigheid,
en vanuit Uw woord
weet ik;
U maakt voor mij
even tijd.

Ik spreek mijzelf toe
en vermaan mijn ziel
om zich in alle stilte
tot God te keren.

Mijn verwachting
is immers van Hem,
mijn Rots, mijn Heil, mijn burcht,
mijn Heer der Heren.

Zijn kracht en sterkte
ondersteunen mij.
Ik zal niet wankelen,
en daarmee zal ik Hem eren.

In de stilte van de avond
zoek ik U op
door mijn hart te richten
op Uw stille aanwezigheid.
Want U verkwikt
mijn vermoeide ziel
en mijn hunkerende ziel
verzadigt U met Uw barmhartigheid.

In de stilte van de avond
zoek ik U op
en richt mijn hart op U,
op Uw aanwezigheid.

Waarlijk,
mijn ziel,
keert zich stil
tot God.

Vrees niet!

'Vrees niet !'
zegt Uw woord.
Maar als ik denk aan de toekomst,
(met het nieuws dat we kregen,)
springen de tranen me in de ogen
en ben ik bang.
Hoe moet alles toch verder gaan?
Maar dan buig ik mijn hoofd,
want,
hoe wonderlijk zijn soms niet
Uw wegen.

Ik richt mij op Uw woord.
"Ik ben met je,
kijk maar niet bang om je heen.
Ik ben jouw God,
richt je oog naar boven.
Ik heb immers alles in Mijn hand.
Het heden, verleden,
zo ook de toekomst.
Laat angst toch niet je zicht
op Mij doven.

Ik sterk je,
ook ondersteun Ik jou
met Mijn zegenrijke, rechterhand.
Ik help je,
dwars door alles heen.
Vertrouw maar op Mij.
Want Mijn trouw en liefde
houden eeuwig stand."

U bent er en zal er altijd zijn

Nu ben ik alleen,
maar één ding mag ik weten;
Uw trouwe Vaderarmen
zijn altijd om mij heen.

Iedere dag bent U heel dicht bij mij.
Het doet er niet toe
of ik U ervaar of niet;
U bent er, en gaat aan mijn zij.

En als ik terugblik in de tijd,
dan zie ik ook daar Uw hand,
Uw trouw, Uw liefde,
Uw nimmer afwezige Aanwezigheid.

Het geeft mij steeds opnieuw weer kracht,
maar ook hoop en moed voor de toekomst,
Ik weet, alles is in Uw hand;
want van U, en U alleen, is alle macht.

Troost om te troosten

Als er alleen maar vreugde en blijdschap in mijn leven zou zijn,
als er alleen maar lol en plezier in mijn leven zou zijn,
hoe zou ik ooit kunnen ervaren, ooit kunnen voelen,
hoe U als Trooster zou zijn ?

Als er alleen maar voorspoed en zegen in mijn leven zou zijn,
als er alleen maar rijkdom en geluk in mijn leven zou zijn,
hoe zou ik ooit kunnen ervaren, ooit kunnen voelen,
hoe U als Trooster zou zijn?

Maar, U gaf (geeft) in mijn leven, of stond (sta) toe,
ook wanhoop en angst,
ook ziekte en lijden.
Zodat ik kon (kan) leren in al mijn omstandigheden,
dat U een God bent die mij helpt te strijden,
dwars door alles heen,
opdat ik ook aan anderen mijn leven zal wijden.

Maar, U gaf (geeft) in mijn leven, of stond (sta) toe,
ook moeiten en zorg,
ook pijn en verdriet.
Zodat ik kon (kan)leren in al mijn omstandigheden,
dat U een God bent die mij altijd ziet,
mij troost en bemoedigt,
opdat ik ook aan anderen troost en bemoediging bied.

De liefde is het meest

De Liefde is geduldig
en vriendelijk.
Maar Heer,
hoe vaak verlies ik tóch mijn geduld
en maak ik
met mijn woorden
of door mijn gedrag,
van alles stuk.

De Liefde is niet jaloers,
vervalt niet in eigendunk of grootspraak.
Maar Heer,
hoe vaak gebeurt het me niet,
dat ik, zonder het vaak te beseffen,
me toch aan deze dingen
schuldig maak.

De Liefde kwetst niemands gevoel
en zoekt zich zelf niet.
Maar Heer,
hoe vaak ontbreekt niet de Liefde
in mijn woorden of gedrag,
denk ik toch alleen maar aan mijzelf
en zie ik daardoor noch de pijn,
noch de ander zijn verdriet.

De Liefde wordt niet verbitterd,
rekent het kwaad niet aan.
Maar Heer,
hoe vaak bespeur ik (als ik heel eerlijk ben)
niet een spoor(tje) van bitterheid en boosheid
om wat mij is aangedaan
en is het liefhebben van hen
één van de moeilijkste dingen
van mijn bestaan.

De Liefde verheugt zich niet over onrecht,
zij is blij met de waarheid.
Maar Heer,
hoe vaak gaan de gevolgen van onrecht
niet langs mij heen,
omdat het niet gericht is tegen mij.
En doet de waarheid mij soms zo'n pijn
dat ik in 't geheel niet blij kan zijn,
want ik ervaar alleen slechts strijd.

U zegt: De Liefde kan alles verdragen.
De Liefde blijft geloven.
De Liefde blijft hopen.
De Liefde geeft nooit op.

Dan kniel in huilend neer
aan de voet van het kruis.
En smeek mijn geliefde Heer,
geef mij van Uw liefde,
geef mij, meer en meer.

Want van mijzelf
bezit ik zulk een Liefde niet.
Schiet ik schromelijk te kort
en doe ik U en anderen daarmee
onnodig veel verdriet.

Vergeef mij, Here Jezus,
en doordrenk mij met Uw Geest.
Opdat eens in mijn leven,
de Liefde zij het meest.

- Amen -

Naar: 1 Korinthe 13

Schuilen

'De Heer is goed, altijd een toevlucht in dagen van ellende.
Hij draagt zorg voor wie bij Hem komt schuilen.'

Nahum 1:7



Heer, wat bent U goed voor mij.
Want soms zijn er dagen vol ellende,
vol zorgen en vol strijd.
Maar U bent steeds mijn toevlucht;
U gaat immer aan mijn zij.

Heer, wat bent U goed voor mij.
Steeds opnieuw mag ik
bij U komen schuilen
en ervaar Uw liefdevolle zorg.
Er is werkelijk niemand zoals Gij.

Heer, wat bent U goed voor mij!

Leer mij

'Worden we uitgescholden,
dan zegenen we;
worden we vervolgd,
dan verdragen we het;
beledigingen beantwoorden we met vriendelijkheid.

1 Korinthe 4:12



Heer,
leer mij zegenen en verdragen.
Vul mijn mond met vriendelijkheid.
Opdat ik U zal weerspiegelen
en mensen zien, Uw heerlijkheid.

Als ik dan wordt uitgescholden,
of men doet iets wat daar op lijkt,
laat mij dan Uw zegen op hen leggen
opdat mijn christen-zijn daaruit blijkt.

Als ik dan wordt afgewezen, omdat ik Uw eigendom ben,
of de echte vervolging wordt een feit,
laat mij dan alles geduldig verdragen
totdat ik kom in Uwe heerlijkheid.

Als ik dan beledigd wordt,
Of men spreekt woorden van haat en nijd,
raakt U dan mijn mond aan en verander
ieder lelijk woord in vriendelijkheid.

Ja, Here,
leer mij zo zegenen en verdragen.
Vul mijn mond zo met Uw vriendelijkheid.
Opdat ik U steeds opnieuw zal weerspiegelen
totdat ik kom in Uw heerlijkheid.

- Amen -

De spiegel

Ik sta voor de spiegel
en houdt mijzelf
Gods woord voor.

Het maakt niet uit
wat anderen denken,
of wat zij zeggen.
Ik houd van jou!

Ik sta voor de spiegel
en geef mijzelf
Gods woord door.

Wees niet zo negatief
over jezelf.
Je bent kostbaar in mijn ogen,
Ik houd zoveel van jou!

Ik sta voor de spiegel
en het is Gods stem
die ik hoor.

Oordeel noch de ander,
noch jezelf.
Mijn Zoon gaf Zijn leven
uit liefde voor jou!

Ik sta voor de spiegel
en houd mijzelf
Gods woord voor.

Als de Heer terugkomt
ontvang ik van Hem de lof
die mij toekomt,
te saam met de woorden -
Ik houd van jou.

Speciaal voor jou

Mag ik je vandaag
even iets moois aanreiken?
Iets geven
van onschatbare waarde?
Je even bemoedigen
als mensen je hebben teleurgesteld?
Of je opbeuren
uit een situatie die je zorgen baarde?

Er is Iemand
die van je houdt,
oneindig veel.

Er is Iemand
die dat vandaag tegen je zegt:
Ik houd van jou!

Er is Iemand
die je teleurstellingen kent
en daarin deelt.

Er is Iemand
die je zorgen kent en je helpen wilt
omdat Hij van je houdt.

Hij vraagt er niets voor terug.
Je hoeft alleen maar bij Hem te komen.
Je mag alles tegen Hem zeggen,
Alles wat je bezighoudt.
't Is geen fantasie
of iets dat slechts gebeurt in je dromen.
Nee, Hij wacht op jou
omdat Hij van je houdt.
Hij wil je helpen
en je lasten dragen.
Hij is er iedere dag,
wachtend om te bevrijden, genezen,
beschermen.
Je hoeft het alleen maar te vragen.

Hij noemt jou
"Mijn Geliefde"
altijd, wat er ook gebeurt.
Laat Hem voortaan Degene zijn
die jouw leven en toekomst
kleurt.

Ik kom bij U

Lieve Vader in de hemel,
ik kom zo bij U
aan het begin van een nieuwe week.
Ik kom bij U
om U om een zegen te vragen
over alles wat U mij geeft te doen.
Ik kom bij U
omdat ik het alleen niet kan
en ik het nodig heb
dat U mij steeds opnieuw
blijft schragen.

Ik kom bij U
omdat ik Uw leiding nodig heb.
Ik kom bij U
en bid om de leiding van Uw Geest
en Zijn bron van wijsheid in mij.
Ik kom bij U
en bid U, Vader,
leer mij luisteren naar Uw woord,
leer mij Uw stem te verstaan
en maak dat mijn hart gewillig zij.

Ik kom bij U
om U om hulp te vragen.
Ik kom bij U
en vraag U
om een geduldig en liefdevol hart.
Ik kom bij U
om mijn hart te vullen,
want U bent de Bron van liefde
en de Heler
van alle smart.

Ik kom bij U
en belijd U al mijn zonden.
Ik kom bij U
en vraag U om vergeving
voor nu en al wat nog kom.
Ik kom bij U
en vraag Uw hulp
om ook anderen te vergeven,
zodat ik kan blijven komen
tot in Uw heiligdom.

Ik kom bij U
en vraag om Uw nabijheid, ook deze week.
Ik kom bij U
omdat ik zonder U niet kan leven
en niet weet hoe ik moet gaan.
Ik kom bij U
en bid dat U ook deze week
Uw handen zegenend op mij legt
en iedere dag opnieuw
rondom mij blijft staan.

Ik kom zo bij U
en leg alles in Uw hand.
Ik kom bij U
en wil leren
het alleen van U te verwachten.
Ik kom bij U
en blijf mij uitstrekken
naar meer en meer U,
de schepper van hemel en aarde,
de Heer van de hemelse Machten.

- Amen –

Voor U kan ik mij niet verbergen

Waar zou ik
kunnen gaan
om U te ontlopen?
Waar zou ik
kunnen gaan
om U te ontvluchten?

U bent
in de hemel,
als ook
in het dodenrijk.
Al zou ik
wegvliegen naar
het oosten
of naar
westen.
Ook daar
zou Uw hand
mij leiden,
mij vasthouden.

Ik kan
het duister vragen;
verberg mij,
laat het nacht worden
om mij heen.
Maar ook
deze duisternis kan
mij niet verbergen.

Want voor U
is de nacht
als de dag,
de duisternis
als het licht.

Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontlopen?
Waar, waar,
zou ik kunnen gaan
om U te ontvluchten?

Naar: Psalm 139:7-12

Hoe groot zijt Gij!

U weefde mij
in mijn
moeders' schoot.
U zag mij reeds
toen het duister
mij nog omsloot.

Uw ogen zagen
mijn vormeloos
begin.
U wilde mij,
daarom heeft
mijn leven zin.

Al de dagen
van mijn leven
waren reeds vastgesteld
en in Uw boek
geschreven.

Zoals ik gemaakt ben
is één groot
wonder.
Dat te beseffen
is zo oneindig
bijzonder.

O Heer,
hoe kostbaar
zijn mij Uw
gedachten.
Ongrijpbaar,
al zou ik het
trachten.

Vanaf
het allereerste begin
bent U mijn Maker.
Vanaf
het allereerste begin
ben ik de klei.
Vanaf
het allereerste begin
verdient U alle eer.
Vanaf
het allereerste begin
zingt heel de schepping:

'Hoe groot zijt Gij !'

Naar:  Psalm 139:7-12

Doorgrond en ken mijn hart

Kijk,
lieve Vader,
tot in het diepst
van mijn binnenste,
tot in het diepst
van mijn hart,
tot in het diepst
van mijn ziel.

Onderzoek mij
en laat mij zien,
als er verborgen zonden
zijn in mijn leven.
Onderzoek mij
en laat mij zien,
als de weg die ik ga
afdwaalt van U.
Onderzoek mij
en laat mij zien,
als wat ik doe
niet is tot Uw eer.

Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
dicht aan Uw hart.
Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
op de juiste weg.
Vergeef mij dan,
lieve Vader,
en breng mij terug
in het voetspoor
van Uw Zoon.

Naar: Psalm 139:23,24

Onbegrijpelijk ...

Ik doe mijn schoenen uit
en stap in het Licht
van Uw aanwezigheid.
Ik kom bij U
precies zoals ik ben
en wil vertoeven
in Uw tegenwoordigheid.

Bij U voel ik me veilig
en vertrouwd.
Bij U mag ik zijn
wie ik ben.
Bij U, die mij zo liefheeft
ondanks alles.
Bij U, de Enige die mij
echt werkelijk kent.

Ja, U kent mij, ziet mij.
Geen woord of gedachte
is voor U verborgen.
Of ik nu zit of sta,
rust of werk,
mijn plannen voor morgen.
Ieder onuitgesproken woord,
mijn hart vol zorgen.

En in dit alles
bent U om mij heen.
Omgeeft U mij,
van achter en van voor.
Zoals U, is er géén.
Hoe is het mogelijk
dat ik U toebehoor.

Dan kan ik alleen
maar spreken,
de woorden die David
vroeger sprak.
'Het begrijpen is mij
te wonderbaar,
te verheven,
ik kan er niet bij.'
Ik kan U alleen
nog maar danken
voor de wijn
en het brood
dat U brak.

Naar: Psalm 139:2-6

zaterdag 17 november 2012

Keer je om

Nee,
het leven is niet
altijd eerlijk.
Het leven
brengt niet altijd
wat je verwacht.
Het leven
is grillig.
’t Brengt vreugde,
doch ook pijn
en verdriet.
Maar,
geef Hem
niet de schuld
van wat het leven
bracht.
Keer je om
anders zie je
zijn geschenk
van Liefde voor jou
niet.

Ja,
Hij gaf Zijn leven.
Offerde Zich zelf
voor jou
en mij.
Niemand heeft
ooit meer gegeven.
Geen mens
heeft
meer liefde voor jou
dan Hij.
Doorboorde handen
en voeten,
een speer
in Zijn zij.
Keer je om.
Aanvaard
Zijn geschenk
van Liefde.
Hij alleen
maakt
waarlijk
vrij.



Liefde
Genade
Vergeving
Eeuwig leven
Voor jou

Jezus

Hoe lang nog?

Mijn ziel schreeuwt het uit naar God.
Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?

Bent U mij
vergeten?
Houdt U Zich
voor mij verborgen?
Moet ik, met
angst in mijn hart,
zelf voor een
uitweg zorgen?

Hoelang nog, Here, hoe lang nog?
Mijn ziel schreeuwt het uit naar U.

Zie toch, Here,
naar mij om.
Hoor
en antwoordt mij.
Schenk mij
weer hoop.
Zet mij
van sterven vrij.

Mijn ziel schreeuwt het uit naar God.
Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?

Mijn vijanden roepen
dag aan dag,
vol
van kracht.
Hoor ik reeds
het geluid van overwinning?
Hen roepen;
"In onze macht?"

Hoe lang nog, Here, hoe lang nog?
Mijn ziel schreeuwt het uit naar U.

Maar.....

Op Uw liefde
vertrouw ik, Heer.
Juichen van vreugd
over de redding die u brengt.
U, die zo goed bent
voor mij.
Over U zal ik zingen,
telkens weer.

Veilig en geborgen

Klein en kwetsbaar,
broos en teer.
Maar ook om jouw
jonge leven
zijn de handen
van de Heer.

In Zijn hand
is jouw leven.
Ook voor jou
bidt Zijn Geest.
Zijn liefde
houdt jou
omgeven.

In Uw machtige hand

Laat de kinderen tot Mij komen,
dat heeft U, Heiland, ons gezegd.
Zo komen wij, Heer,
met dit kindje
en bidden U,
dat U Uw helende handen
op dit kindje legt.

Het leven van dit kindje
is in Uw machtige hand.
U ziet de pijn
en alle tranen;
hoe soms het hart
door verdriet wordt overmand.

Blijf hen allen, Heer,
steeds omgeven.
Geef hen alles
wat zij nodig hebben
aan kracht, troost
en bemoediging,
In Uw hand, Heer,
is .... en ons aller leven.

Blaas op mij

De wind waait waarheen hij wilt,
net als de Geest.
Je hoort hem wel,
maar je weet niet waar hij vandaan komt of heen gaat.*

God blaast met Zijn adem
over een ieder die zich uitstrekt naar Zijn Geest.
God Blaast met Zijn adem
en schenkt nieuwe levenskracht.

God blaast met Zijn adem
en je leven verandert.
God blaast met Zijn adem,
niets zal meer hetzelfde zijn.

Hier ben ik Heer,
hier ben ik.
Mijn hart verlangt wanhopig
naar een aanraking van Uw Geest.

Hier ben ik Heer,
hier ben ik.
Kom en waai met uw Geest
en doorstroom mij, doorstroom mij.

Hier ben ik Heer,
hier ben ik.
Dompel mij onder, dompel mij onder.
Hernieuw Uw levenskracht in mij.

De wind waait waarheen hij wilt,
net als de Geest.
Je hoort hem wel,
maar je weet niet waar hij vandaan komt of heen gaat.*

Hier ben ik Heer,
hier ben ik.
Kom, o Heil'ge Geest,
Kom, Ja Kom.

*Johannes 3:8

Open handen

Ik zak door mijn knieën
voor mijn bed,
terwijl de tranen
over mijn wangen stromen.

Opnieuw diezelfde pijn.
Veroorzaakt door harde woorden,
die uit de mond
van een dierbare komen.

Ik weet, hij kan er niets aan doen,
maar de pijn is hetzelfde
en mij ontbreekt nog
enig verweer.

Ik ben zo moe.
Al zo lang verdraag ik,
zo lang vergeef ik, zorg ik….
Ik kan haast niet meer.

O, mijn geliefd kind.
Ik wilde dat het anders was,
anders, voor ons allebei.
Voor jou, omdat ik van je hou.

O, mijn geliefd kind.
Je woorden doen soms
zo vreselijk veel pijn
en toch, ik hou van jou.

O, mijn geliefd kind.
Ik weet, het is je ziekte
die je zo doet spreken,
ik weet niet of ik het anders verdragen zou.

O, mijn geliefd kind.
Dit leven is vol zorg, verdriet en pijn.
Maar eens is dat voorbij.
en tot die dag, zorg en hou ik van jou.

Dan hef ik mijn handen omhoog.
Open om opnieuw te kunnen ontvangen.
Troost en bemoediging, geduld en kracht,
van mijn geliefde en sterke Heer.

Schenk mij, Uw troost, een bemoedigend woord.
Een liefdevol en geduldig hart.
Sterk mij, door Uw grote kracht.
Ondersteun mij, om vol te houden, Heer.

Dan dank ik U,
voor alles wat U reeds voor mij hebt gedaan.
Al die jaren
en voor alle dagen die nog komen gaan.

Bijna thuis

Als mijn krachten afnemen
en mijn benauwenis neemt toe.
Als mijn leven hier op aarde
bijna ten einde is
en mijn nieuwe leven komt in zicht.
Als mijn oude lichaam bijna vergaat
en een nieuwe schepping op mij wacht.
Als hier het afscheid wordt genomen
maar mijn Heer en Heiland klaar staat
voor mijn ontmoeting met Hem.
Als de pijn om mijn heengaan sterker wordt,
maar vrede mijn hart vult.

Dan weet ik,
nog heel even
en ik leg mijn hand
in die doorboorde hand
van mijn Heer.
Nog heel even
en ik zie allen
die mij reeds ontvielen weer.
Nog heel even,
pas dan
ben ik werkelijk thuis
en geef Hem
van aangezicht tot aangezicht
alle eer.

Nog even...
Nog heel even...

De Heer is mijn licht en mijn heil

Als ik verwond ben
tot in het diepst
van mijn ziel;

Als mijn boosheid
daarover is weggeëbd
en slechts de wond weer
overblijft;

Als mijn gevecht met U
voorbij is
en de strijd gestreden
tussen mijn wil en de Uwe;

Dan buig ik voor U,
o Allerhoogste Koning
en huil ik, schuil ik,
in de schaduw van Uw vleugelen.

Dan kom ik tot U,
mijn schuilplaats, mijn toevlucht
en koester ik mij
in de warmte van Uw Licht.
In de genezende werking
van Uw liefde.

Tot ik mijn vleugels
weer uit kan slaan
en door Uw Kracht
en in Uw liefde
weer verder kan gaan.

Naar: Psalm 91
Schilderij van Christa Rosier

Bij U schuil ik

Gebroken.
Berooft van
waardigheid en eer,
kniel ik neer
voor God,
mijn Vader,
als
rechtvaardige,
door het offer van
Zijn Zoon.
Bij Hem schuil ik.

Boze en goddeloze mensen
spannen hun boog.
Richten hun venijnige pijlen
op mij.
Duisternis omgeeft hen,
als zij mijn hart willen treffen.

Maar Uw ogen, Heer,
slaan mij gade.
U toetst
zowel mij,
als de ander.
Rechtvaardige als goddeloze.
U bent Rechtvaardig.
Gerechtigheid hebt U lief.

Eens zal ik
Uw aangezicht
aanschouwen.
Maar voor nu,
nu,
schuil ik bij U.

Naar: Psalm 11
Schilderij van  Christa Rosier

donderdag 15 november 2012

Had ik maar vleugels als een duif

Ik staar door het raam naar buiten.
Gevoelens van moedeloosheid drukken me neer.
De zwaarte van de zorgen wordt me teveel.
Oh, mensen zeggen het zo makkelijk;
geef maar aan de Heer.

Ik staar door het raam naar buiten,
terwijl de tranenvloed
me het zicht bijna ontneemt.
Ik kijk naar de duif bij de buren op het dak.
Hij zit daar dagelijks,
dat is op zich niet vreemd.

Maar als hij wegvliegt
en verdwijnt tussen de bomen,
dringt zich het volgende beeld in mijn gedachten.
Als ik toch vleugels zou hebben,
net als die duif,
dan zou ik wegvluchten;
geen moment zou ik daar mee wachten.

Weg, heel ver weg zou ik gaan.
Een schuilplaats zoeken
tegen de stormen in mijn leven,
tegen de wind die raast om mij heen
en die mij soms van ontzetting doet beven.

Ik staar door het raam naar buiten.
Maar ineens hoor ik van binnen
zachtjes Zijn stem.
"Ik ben toch je schuilplaats, je toevlucht,
Mijn lieve kind?"
Dan kijk ik naar binnen
en kruip gauw weg,
bij Hem.

Naar: Psalm 55:7

Ter nagedachtenis Koninginnedag 2009

Vader God,
als ik denk aan vandaag,
aan alles wat is gebeurd.
Als mijn gedachten gaan
naar de beelden die ik zag.
Als ik de tranen voel branden
en mijn ogen zo omfloerst.
Als ik de pijn toelaat
om alles van deze dag.

Dan kniel ik zachtjes neer
aan de rand van mijn bed,
en zoek ik stil Uw aangezicht
en bid mijn bewogen gebed.

'Ontferm U, Vader,
over al deze mensen.
Wees hen zeer dicht nabij,
in hun nood, in hun pijn,
in hun wanhoop, in hun vragen.
Ja, wilt U toch heel dicht bij hen zijn.
Vergeef,
ieder boos en bitter woord,
gesproken vanuit een machteloos gevoel.
Vanuit een pijn en verdriet,
vanuit een mensenhart dat is doorboord.
Leg U Uw handen
om gebalde vuisten.
Hoor naar ieder
uitgeschreeuwd of stil gebed.
Daal neer
met Uw stroom van troost en liefde,
als antwoord op mijn gebed.'

In Jezus' Naam

- Amen -

Voor Michael en Marijn

Michael en Marijn
      23-04-2009






Michael,

Er was een tijd
dat ik dacht,
dat ik spoedig
aan jouw graf zou staan.

Er was een tijd
dat ik dacht;
komt hier ooit nog
een einde aan.

Er was een tijd
dat ik dacht,
hoe moet dit
toch verder gaan.

Er was een tijd…

Maar God
is een Hoorder
van gebeden.
En welke plannen
satan ook tegen jou
had willen smeden;
God was erbij
en zag en voelde
hoeveel jij al had geleden.

En juist,
in een periode
dat je het
zo heel moeilijk had.
Je het leven
soms niet meer zag zitten
en om een uitweg bad,
verhoorde God en
bracht Marijn op jouw pad.

Zo kent jullie leven
al vele bergen
en ook dalen.
Maar nooit zal ik vergeten,
de liefde, die ik
in Marijn’s ogen zag stralen.
Ik besefte toen
meer dan ooit,
God is getrouw
en Zijn plannen zullen
nimmer falen.

En dit is dan de dag
dat we samen met jullie
voor Gods aangezicht
mogen staan.

Dit is de dag
dat ik denk; Dank U Heer,
een nieuw begin voor hen
breekt nu aan.

Dit is de dag
dat jullie onder
de zegen van God,
samen verder gaan.

Lieve Michael en Marijn.

Ga zo jullie weg
altijd samen met Hem.
Luister, wees gehoorzaam
aan Zijn stem.
Laat je leiden door Zijn hand
en vertrouw Zijn woord,
want dat houdt eeuwig stand.
Ga zo
met de zegen van God
jullie nieuwe leven tegemoet
en wees gedekt
onder de bescherming van
Jezus ’ vergoten bloed.

Dat zo de Heer voor jullie zij,
om jullie de juiste weg te wijzen.
Achter jullie,
om jullie te bewaren voor de listen van de boze.
Naast jullie,
om jullie in de armen te sluiten,
om jullie te beschermen tegen het gevaar.
Onder jullie,
om jullie op te vangen wanneer jullie dreigen te vallen.
In jullie,
om jullie te troosten wanneer jullie verdriet hebben.
Hij omgeve jullie,
als een beschermende muur wanneer anderen over jullie heen vallen.
En de Heer zij boven jullie,
om jullie te zegenen.
Zo zegene God jullie,
vandaag, morgen
en in der eeuwigheid.

- Amen -

En nu verder …

De Paasdagen zijn voorbij.
Scholen beginnen weer
en ook het werk roept.
'Het Brood' hebben we gegeten,
'De Wijn' gedronken
en elkaar met
'De Heer is waarlijk opgestaan'
begroet.
Maar nu,
nu gaan we verder
met ons dagelijks leven.
Daarom bid ik U, Heer,
dat we niet zullen vergeten
wat U ons heeft gegeven.
Grif in ons hart de herinnering
aan Uw gebroken lichaam,
aan Uw vergoten bloed.
Want,
U te dienen, U te volgen
is ons hoogste goed.

Thomas

Ze zeggen
dat Hij is opgestaan,
maar je denk toch niet
dat ik dat geloof.

Ik heb Hem
aan het kruis zien sterven
en hoe Hij werd neergelegd
in het graf.

Nee,
alleen
als ik de littekens zie
van de spijkers,
in Zijn handen en voeten,
mijn hand kan steken
in Zijn zij,
dat alleen
zal het moment zijn
dat ik geloof.

Nee,
onze Heer is dood.
Het is voorbij,
Hij is hier niet meer.
Ik heb Hem immers
aan het kruis zien sterven
en hoe Hij werd neergelegd
in het graf....

'Thomas',

klinkt ineens een stem.
" Zie Mijn handen en Mijn voeten,
voel met je hand
hier, in Mijn zij.
Kom,
zie en voel.
GELOOF ! "

Een schok
gaat door mij heen.
Ik krimp ineen
en val op mijn knieën neer.
O, ...
Mijn Heer en mijn God!

Onze blikken treffen elkaar,
een weemoedige, trieste trek
is om Zijn mond.
" Moest je Me eerst zien
voordat je geloof ?"

Beschaamd buig ik mijn hoofd.
De roep om vergeving
komt vanuit het diepst
van mijn ziel.
" Vergeef mij, Meester,
mijn Heer en mijn God."

Zijn hand raakt zachtjes
mijn gezicht.
Liefde en vergeving,
staan in Zijn ogen te lezen,
maar ook ernst,
als Hij tot mij spreekt
en zegt :
" Daarvoor, Thomas, daarvoor
moest dit alles gebeuren.
Kom,
Zie en Voel.
Geloof ! "

Maar ...
Zalig, gelukkig zijn zij,
die niet hebben gezien
en toch geloven!

Maria

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging,
toen ik bij het graf kwam
en zag dat de steen weg was
en het graf leeg.
Ik dacht dat mijn hart opnieuw brak.

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging,
toen ik bij het graf kwam
en twee engelen in het wit gekleed
zag zitten op de plaats
waar Hij hoorde te zijn.

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging,
toen zij aan mij vroegen
waarom ik weende.
Wisten zij het niet van mijn Heer
en daarmee van mijn verdriet en pijn.

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging,
toen ik mij omdraaide
en de tuinman zag staan.
" Vertel mij, waar hebt u Hem neergelegd,
vertel mij alstublieft, waar moet ik toch zijn ? "

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging
toen Hij,
van wie ik dacht
dat Hij de tuinman was,
mijn naam uitsprak.

'Maria' :

zei Hij.
Toen pas, ja, pas toen
herkende ik Hem.
"Rabboeni, Meester,
mijn Meester !
Hij was dood,
maar nu;

HIJ LEEFT !

Je hebt er geen idee van
wat er door mij heen ging,
op het moment dat ik besefte
dat Hij leefde.

Je hebt er geen idee van
totdat....

je samen met mij
eerst bij het kruis hebt gestaan
en daarna mee
naar het graf bent gegaan.

Want dat is het moment
waarop de Meester
jou naam noemt.

'...........'

Dat is het moment dat jij zult weten
wat er door mij heen ging
op die stille vroege morgen,
toen ik ontdekte,
dat Hij leefde.

Je bent vrij!

Ik sta bij het kruis
en kijk omhoog.
Met wat ik zie,
kan ik niet meer
blijven staan.

Ik zak op mijn knieën
en uit het diepst
van mijn binnenste
voel ik de schreeuw
van pijn
naar buiten gaan.

Totale ontreddering
en verslagenheid
doen mij schreeuwen.
Mijn handen zoeken houvast.
Mijn ziel zoekt een uitweg
om uitdrukking te kunnen geven
aan de zwaarte van deze last.

O Jezus, o Heer Jezus, waarom,
o God, wat heb ik gedaan?
O Jezus, o Heer Jezus,
vergeef mij, dat U
door mijn zonden
deze weg moest gaan.

Ik zie Uw bloed stromen
uit de wonden
door 'mij' geslagen.
De striemen, de spijkers,
de doornenkroon.
Dit alles, ja, dit alles,
wilde U voor mij dragen.

En ik huil van pijn en verdriet,
van schuld en van berouw.
Om alles wat U moest doorstaan,
voor mij...

Dan verandert het beeld
en zie ik niet meer
Uw gebroken lichaam,
noch de doornenkroon
op Uw hoofd.
Ik zie alleen nog
de liefde in Uw ogen
en hoor de liefde in Uw stem
als U tot mij spreekt:
'Mijn Geliefde, je bent vrij!'

Zie ook: >> Dag 28 - Mijn geliefde, je bent vrij!
Serie 'Onderweg naar Pasen'
Vrouwen rond het kruis.


Zoute tranen

Zout smaken mijn tranen
als ik ze proef
deze week ,
keer op keer,
als ik denk
aan wat U voor mij deed.

Zout smaken mijn tranen
als ik ze proef
deze week,
keer op keer,
als ik denk
aan hoe U voor mij leed.

Zout smaken mijn tranen
als ik ze proef
deze week,
keer op keer,
als ik denk
aan hoe U voor mij streed.

Zout smaken mijn tranen.
Mijn tranen
van pijn, verdriet en berouw.
Mijn tranen
om wat ik heb gedaan
en telkens doe.
En ondanks alles
legt U om mijn schouders
Uw rechtvaardigheidskleed.

Dank U wel, Heer Jezus, dank U wel.

Op weg naar …

Bijna, Here,
is het zover,
dat we met velen
weer gedenken
aan wat U
voor ons hebt gedaan.

Nog slechts
een paar dagen
en zien we weer
hoe zwaar
de weg was
die U moest gaan.

Bereid mijn hart, Here,
maak het klaar, opnieuw,
voor een diepe ontmoeting met U,
als ik vrijdag,
opnieuw,
bij Uw kruis zal staan.

Ik sta er vaker
en kniel er neer.
Maar nu in deze dagen
naar Goede Vrijdag,
Heer, laat mij opnieuw
ten diepste beseffen,
wat U daar voor mij
hebt gedaan.

Even

Ik kijk uit mijn raam.
De ondergaande zon
kleurt de lucht.
De wolken gaan
langzaam voort
en vanuit mijn binnenste
ontsnapt een zucht.

Weet U, Heer,
't is net alsof U
glimlacht naar mij
en zegt:
"Ik zei het toch,
Ik ga aan je zij."

Dit alles Here,
brengt ook een glimlach
op mijn gezicht
en mijn hart voelt opnieuw
weer vredig en licht.

Nog even koester ik mij
in Uw aanwezigheid.
Warm mij
aan Uw barmhartigheid.
Adem Uw liefde
met een diepe teug in.
O ja, mijn God en Vader,
U geeft mijn leven zin.

Dank U wel, voor wie U bent.
Dank u wel, voor wat U hebt gedaan.
Dank U wel, voor wat U nog gaat doen.
Ik ben dankbaar en blij, dat U mij kent.

Ik houd van U !

Het witte kleed van Rechtvaardiging

Rampspoed overvalt me;
ruïneert mijn bestaan.
Ontneemt mij de reden
om nog verder te leven.

Pijn, verdriet en eenzaamheid
eten me op, zuigen me leeg,
tot zinloosheid als een deken zonder doel
me volledig lijken te omgeven.

Een leeg omhulsel
is dan alles wat nog rest
en mijn bede tot God in de hemel
lijkt aan het plafond vast te kleven.

Een leeg en wanhopig mens.
Een gesloten hemel.
Onverhoorde gebeden.
Alles met en door elkaar verweven.

Dan geef ik het strijden op
en geef mij over
aan de gevoelens van leegte en zinloosheid.
Ik leg mij inéén terneer,
door hopeloosheid gedreven.

Mijn ogen zijn gesloten
als een diepe warmte mij omgeeft.
Van boven valt een lichtstraal
op mijn nietig persoontje neer.

Langzaam richt ik mij iets op
en zie een paar handen
met het mooist denkbare, witte kleed.
Krachtig, stralend en toch ook heel teer.

In het schijnsel van het warme licht
knielt Iemand naast mij
en legt het kleed teder om mij heen.
M'n adem stokt - het is de liefde van de Heer.

Een golf van emoties en gevoelens
spoelen over en door mij heen.
Liefde, warmte, vergeving en hoop,
o, Heer Jezus, zo dicht bij U,
is alles wat ik begeer.

Engelen komen dichterbij
en beschutten ons met hun vleugels.
Zetten mij en de Heer even apart
van de wereld en al wat mij zo bezeer.

Dan helpt Zijn hand mij overeind
en zet mij weer stevig op mijn voeten.
Het witte kleed van Rechtvaardiging
brengt in mijn leven een keer.

Gevoelens van bitterheid en eenzaamheid,
van zinloosheid en leegte,
ebben langzaam weg,
en maken plaats
voor de warmte van Zijn liefde en vergeving.
Het richt mij op
en geeft mij de zin en het doel te leven, weer.

Blaas op mij, adem van God

Blaas op mij, adem van God.
Vul mij opnieuw met Leven.
Zodat ik zal liefhebben wat U lief heeft
en zal doen, wat u zou doen.

Blaas op mij. adem van God,
totdat mijn hart zuiver is,
tot onze wil één is,
in het doen en standhouden.

Blaas op mij, adem van God.
Vermeng mijn gehele ziel met Uzelf,
tot dit aardse deel van mij
gloeit met Uw Goddelijk Vuur.

Blaas op mij, adem van God.
Zo zal ik nimmer sterven,
maar met U het volmaakte leven leven
In Uw eeuwigheid.

Naar :
Breathe on me , breath of God.
By Edwin Hatch (1873)

Achter Uw rug

Eens komt de dag,
dat al mijn werk
op aarde is gedaan.

Eens komt de dag,
dat ik oog in oog
met U zal staan.

Eens komt de dag,
dat U aan mij vraagt
wat heb je 'daar' gedaan.

Eens komt de dag......

Here Jezus,
wat ben ik dankbaar
dat ik dan achter
Uw rug mag staan.

Dan ziet de Vader
Uw doorboorde handen en voeten
en weet Hij,
dat heeft Mijn Zoon voor haar gedaan.

Dank U wel , Heer Jezus, dank U wel.

Mijn hand in Uw hand

Ik legde mijn hand in de Uwe
en keek U met grote ogen aan.
Angstig en klein was mijn vertrouwen,
maar U beloofde : Ik zal naast je gaan!

Ik legde mijn hand in de Uwe
en zette aarzelend mijn eerste schrede.
Bang en onzeker, wankel en onvast,
maar diep van binnen ervaarde ik Uw vrede.

Ik legde mijn hand in de Uwe
en regelmatig keek ik U aan.
Dan glimlachte U naar mij teder
en beloofde opnieuw : Ik zal altijd naast je staan.

Ik leg mijn hand in de Uwe
en leer zo op U te vertrouwen.
Steeds opnieuw kijk ik op naar U
en ik weet; op U kan ik bouwen.

U hoorde mij

O Heer en Allerhoogste God,
Ik dank U,
want U hoorde mij
toen ik naar U riep.
U boog Zich naar mij over,
haalde mij uit slijk en modder,
uit de put zo diep.

O Heer en Allerhoogste God,
Ik dank U,
want U gaf mij grond onder de voeten
en ik wankelde niet meer.
Ik dank U en ik prijs Uw Naam.
U zal ik eren en loven,
U alleen aanbidden, U alleen,
mijn God en Heer.

Nieuw leven

Het oude leven
heb je afgelegd.
Je hebt "Ja"
tegen Hem gezegd.
Een nieuw leven
vangt nu aan.
Nooit meer hoef je
alleen je weg te gaan.

Leg daarom daag'lijks
je handen in die van Hem.
Luister naar Zijn
liefdevolle stem.
Deel alles met Hem,
je vreugde, je verdriet, je pijn.
Dan zal Hij altijd
heel dicht bij je zijn.

woensdag 14 november 2012

Healing rain - Helende regen

O, mijn ziel verlangt
naar de God die leeft
en aan mijn ziel
het leven geeft.

Mijn ziel verlangt
naar de God die leeft
en aan mijn ziel
genezing geeft.

Mijn ziel verlangt
naar de God die leeft
en aan mijn ziel
weer liefde geeft.

O, mijn ziel verlangt
naar de God die eeuwig leeft
en aan mijn ziel
HET LEVEN geeft.
Mijn ziel schreeuwt het uit
en verlangt wanhopig naar die Regen,
Mijn ziel schreeuwt het uit,
smachtend naar Uw zegen.

Mijn ziel schreeuwt het uit,
breng de storm in mij toch tot bedaren.
Mijn ziel schreeuwt het uit,
laat mij toch Uw liefde weer ervaren.

Tranen van schaamte en berouw
stromen in grote getale neer.
Tranen van pijn en verdriet,
laat ze toch vermengen met Uw Regen, Heer.

Laat neerdalen, o Heer,
stromen van dat Helende Water.
Giet het nu, op dit moment over mij uit
en wacht daarmee niet tot later.

Laat nu dat Water stromen, Heer,
vanuit Uw onuitputtelijke Bron.
Alleen dat kan mij weer doen stralen,
stralen als de zon.

En laat daarbij Uw Vuur maar komen.
Brandt zo mijn leven maar schoon.
Ik weet, ik hoef niet bang te wezen,
want Uw Vuur komt vol liefde van Uw troon.

Laat zo Uw Vuur maar komen,
met de Regen vanuit de hemel neer.
Spoel weg al die tranen
en vul mij met Uzelf, Heer.

Vol sta ik in Uw Regen
en ervaar Uw helende Kracht.
Mijn armen strek ik uit naar boven
om te ontvangen al wat daar op mij wacht.

De tranen van schaamte, berouw, pijn en verdriet,
spoelen met Uw Regen weg,
terwijl ik mijn krachteloze handen
in de doorboorde van U, mijn Heiland, leg.

O, welk een vreugde is dan mijn deel.
Uw liefde overspoelt mij thans geheel.
Groot is Uw goedertieren- en barmhartigheid,
door Uw Zoon voor mij bereidt.

Ik loof, ik prijs Uw Heilige Naam.
Ik aan bid U met de engelen saam.
U alleen komt toe alle lof en eer.
U alleen aanbid ik, Jezus, mijn Redder en Heer.

Ja, mijn ziel verlangt
naar de God
die leven geeft.

Ja, mijn ziel verlangt
naar de God
die genezing geeft.

Ja, mijn ziel verlangt
naar de God
die liefde geeft.

Ja, mijn ziel verlangt
naar de God
die mij Het Leven geeft.

Ja, mijn ziel verlangt naar U,
de God,
die eeuwig leeft.

- Amen -

Aan mijns Vaders 'hand

Veilig en geborgen
aan mijns Vaders ’hand,
reis ik door dit leven
naar ’t Beloofde Land.

Er zullen stormen zijn
en ook verdriet,
Maar mijn Vader
vergeet mij niet.

Hij hoort mijn roep,
weet wat ik denk.
Ik ben Zijn kind,
liefde Zijn geschenk.

Hij is mijn Maker
van het eerste begin.
Formeerde mijn hart,
gaf mijn leven zin.

Ik ben Zijn kind,
mijn leven in Zijn hand.
Hij is mijn Vader,
in Hem houd ik stand.

Veilig en geborgen
aan mijns Vaders’ hand
reis ik door dit leven
naar ’t Beloofde Land.

Huilende vrouw

Geschreven bij het schilderij van Christa Rosier.
www.christarosier.nl


Tranen zijn een deel
van mijn wezen geworden.
Ik kan niet meer,
ik wil niet meer.
Mijn vele, vele gebeden
lijken niet verder te komen
dan het plafond van mijn huis.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer ?!

Mijn wereld staat stil,
de rest gaat door.
Mensen komen en gaan,
maar ik, ik zie geen uitkomst meer.
Pijn en verdriet, onmacht en wanhoop,
zijn verweven met mijn bestaan.
Ik sta met mijn gezicht tegen de muur.
O God, mijn God,
waar, waar bent U, Heer ?!

Mijn schouders schokken
en ik huil bittere tranen.
Mijn hoofd leunt moedeloos tegen de muur
met uitgestrekte hand naar U, o Heer.

Mijn geliefde dochter.
Draaide je je toch maar eens om.
Dan ervoer je Mijn aanwezigheid
in het licht van troost dat schijnt over jou.
Je huilt bittere tranen,
maar Ik, Ik huil met je mee
Je weet toch immers, diep in je hart,
hoeveel Ik van je hou ?!

Kom, draai je toch om,
en laat Me delen
in de pijn van je verdriet.
Mijn hart krimpt ineen om jou ....

Arise, My Love, Arise!

Arise, My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!


Op de derde dag
verloor de dood zijn kracht.
Op de derde dag
verloor de dood zijn macht.
Op de derde dag
zag satan zijn macht vervagen.
Op de derde dag
werd hij verslagen.

Arise, My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!


Jezus Christus, onze Heer,
ledigde al onze nood,
stierf,
maar stond op uit de dood.

De dood had geen macht over Hem.
De dood moest luisteren naar Gods Stem.
De dood is van zijn kracht ontdaan.
Halleluja!
Jezus Christus is waarlijk opgestaan!

Arise, My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!


Zo spreekt God.
Ook tegen mij:
"Arise My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!"

Als ik moe ben
van alle zorgen.
Gebukt ga
onder moeite en pijn.
Me verslagen voel
door al het verdriet.
Mezelf alleen maar afvraag;
waarom moet alles zo zijn?

Dan spreekt God,
ook tegen mij :
"Arise, My Love, Arise!
Sta op Mijn Geliefde, Sta op!"

De kracht, die vrijkwam
op de derde dag.
De kracht, die Mijn Zoon
uit de dood op deed staan.
Die kracht,
is ook voor jou.
Mijn Zoon is jou immers in alles
voorgegaan!

Hij deelt in jouw zorgen,
in je moeiten en pijn.
Hij deelt jouw verdriet,
denk aan het brood en de wijn!

Arise, My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!


Hef je handen naar Mij op
en ontvang Mijn kracht!
In Hem ben je méér dan overwinnaar!
Kom Mijn Geliefde, Kom,
Ik ben Degene, die op je wacht!

Droog nu maar je tranen
en pak Mijn hand.
Ik zal je altijd helpen,
Mijn liefde houdt eeuwig stand.

Wees nu maar niet meer bang,
vertrouw Mij maar!
Onderzoekt Mijn woord
en je zult zien,
Mijn trouw is altijd daar!

Arise, My Love, Arise!
Sta op, Mijn Geliefde, Sta op!

Tsunami, december 2005

Ongeloof en Verbijstering
Angst en Paniek
Verdoofd en Verdwaasd
Chaos en Ontreddering.

Geschreeuw en Gegil
Hartverscheurend geween
Wijd open gesperde ogen
Star en Stil.

Geknakt en Verslagen
Kapot en Vernietigd
Dood en Verderf
Harten vol vragen.

Hartverscheurend
zijn de beelden op tv en in de krant.
Een kind
in de armen van zijn vader.
Zoekende en wanhopige moeders.
Ongekend leed staat te lezen in kinderogen.
Een vader
met de foto van z'n vermiste baby
in zijn hand.

O, Vader,
al deze beelden,
al dit verdriet.
deze nood en zoveel pijn,
't verscheurt mijn hart,
't raakt mijn diepste wezen.
Tranen branden
en rollen over mijn gezicht.
O God,
wat kan ik weinig doen
aan een situatie als deze.

O Vader,
ik heb eigenlijk geen woorden
om te bidden
in deze nood.
Toch kniel ik neer
en breng al deze mensen
voor Uw troon.
Want U was daar
toen het gebeurde.
U bent er nog
en zal er altijd zijn.
STREK UIT
Uw troostende en genezende handen.
Uw zoekende en vergevende hand.

Vader,
openbaar Uzelf
te midden van het geroep
naar levenloze goden
en toon hen
de uitgestrekte, doorboorde hand
van Uw Zoon.

O Vader,
dan alleen
ontstaat er weer een sprankje hoop
te midden
van alle pijn en verdriet.
Gloort er een lichtpuntje aan de horizon
te midden
van alle wanhoop en ontreddering
Dan zien we allen
de sporen van tranen op Uw gezicht
en beseffen we opnieuw,
ook in dit alles
vergeet God de mens niet.

En in dit alles
moet ik U bekennen Vader,
echt bevatten
kan ik het niet,
noch meevoelen of beseffen.
Maar geef,
dat we te midden van al het feestgedruis
niet vergeten
hetgeen daar is geschied.

Daarom bid ik U zo, Vader,
leg het als een last op ons hart
om een moment van stilte te nemen,
onze handen te vouwen
en te bidden
voor onze naaste in nood.
Laat toch hun geween en rouwgeklaag
niet ten onder gaan in het bulderend geraas
van vuurwerk dat wordt ontstoken.
Maar laat ons onze knieën buigen
en al deze mensen bij U brengen.
De grote Heler
van alle smart.